De kracht van ergens bij horen, de wijze les van carnaval.

Frank van der Weg • 16 februari 2026

Maatschappelijke diensttijd als wapen tegen eenzaamheid?

Waarom ergens bij horen zoveel uitmaakt en wat carnaval me onverwachts liet zien


De afgelopen dagen heb ik carnaval van een heel andere kant beleefd. Voor mij was carnaval jarenlang vooral een feest van verklede mensen, twijfelachtige muziek en veel drank. Grappig soms, kleurrijk vooral. In mijn studententijd vierde ik het voor het laatst echt mee. Met een groep vrienden verkleed als narren  “de Hofnar Groep”, een knipoog naar de toen veelbesproken Hofstadgroep liepen we door de straten van Doetinchem en 's Heerenberg. Als ik eraan terugdenk, moet ik er nog steeds om lachen.


Maar afgelopen zaterdag zat ik niet tussen de bananenpakken en piraten. Ik zat in het gemeentehuis bij de officiële sleuteloverdracht van de burgemeester aan Prins Rob de derde. Mijn dochter mocht als kinderburgemeester de vlag hijsen en de sleutel doorgeven aan Prinses Maud de eerste van de Bloaskoppen. Een bijzonder moment op zich om eens mee te maken, maar wat mij vooral trof waren de mensen in de zaal. Keurig gekleed. Kostuums in verenigingskleuren, een steek, protocollen, rituelen. Een wereld waarvan ik me niet eerder bewust was.


Zondag waren we in Wehl, waar Feline de macht overdroeg aan Prinses Zaraya de eerste van "de lollige Snuiters". En daar gebeurde iets wat me raakte: het verenigingsgevoel was bijna tastbaar. Mensen werden naar voren geroepen, kregen oorkondes, medailles, waardering. Voor hun inzet, hun tijd, hun vrijwillige uren. Je voelde de trots. De verbondenheid. Ze wílden onderdeel zijn van hun club, hun vereniging en maakten op deze manier een hechte gemeenschap mogelijk.


Het bracht me terug naar een artikel dat ik laatst las: “Waarom veel jongeren eenzaam zijn: ‘Ze horen nergens bij’” van Pauline Calmez. Een confronterend stuk waarin jongeren vertellen hoe ze worstelen met eenzaamheid, simpelweg omdat ze geen plek hebben waar ze écht welkom zijn. Geen groep waar ze bij horen. Geen gemeenschap die naar hen omkijkt. Geen mensen die hen missen als ze er niet zijn.

En precies dat zag ik wél dit weekend.


Ik zag carnaval ineens als veel meer dan feest. Het is een sociaal vangnet, een plek waar je gezien wordt, waar je ertoe doet. Voor de mensen die erbij horen, is het een tweede familie. En dat geldt niet alleen voor carnavalsverenigingen. Het geldt voor voetbalclubs, muziekverenigingen, boekenclubs, vrijwilligersorganisaties en eigenlijk elke groep waarin mensen samen iets bouwen.


Het belang van ergens bij horen


Onderdeel zijn van een groter geheel doet iets met je. Het geeft betekenis. Het geeft richting. Het geeft een gevoel van veiligheid en erkenning. Iets om trots op te zijn.

In een tijd waarin jongeren steeds vaker aangeven dat ze zich alleen voelen, is dit geen luxe maar een noodzaak.

Daarom geloof ik zo in de maatschappelijke stage en maatschappelijke diensttijd.

Voor mij wordt dit alleen maar duidelijker: jongeren moeten op jonge leeftijd kennismaken met verenigingen, vrijwilligerswerk en gemeenschappen. Niet als verplichting, maar als kans om te ontdekken waar ze thuishoren.

De maatschappelijke stage en maatschappelijke diensttijd zijn wat mij betreft perfecte hulpmiddelen. Een eerste stap richting het gevoel dat zovelen missen: het gevoel dat je onderdeel bent van iets wat groter is dan jijzelf.

Want waardering voelen, gezien worden, ergens bij horen.  Dat maakt werkelijk het verschil.


door Frank van der Weg • 14 september 2026
Wie leert jongeren nog verliezen, opstaan en doorgaan? Onlangs schreef ik een blog over het gevoel van ergens bij horen. Over wat carnaval mij onverwachts liet zien: verenigingen die functioneren als hechte gemeenschappen, waar mensen zich inzetten voor elkaar, waardering krijgen en zich verbonden voelen met iets dat groter is dan henzelf. In de kern draaide die blog om één vraag: hoe zorgen we ervoor dat jongeren ervaren dat ze ergens bij horen? Afgelopen week moest ik daaraan terugdenken toen ik een betoog hoorde van cabaretier Peter Pannekoek bij het programma “dit was het nieuws” over het belang van teamsport. Hij stelde dat we in Nederland steeds meer een "incasseringsprobleem" lijken te hebben. Dat zette me aan het denken. Want misschien gaan deze twee onderwerpen wel over precies hetzelfde. De kracht van het collectief In verenigingen, teams en gemeenschappen leren mensen iets wat je niet uit een boek haalt. Je leert dat niet alles om jou draait. Je leert samenwerken met mensen die anders zijn dan jij. Je leert dat je soms wint en soms verliest. Je leert verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag. En misschien nog wel belangrijker: je leert dat je ook na een teleurstelling onderdeel blijft van de groep. Juist daarin zit de kracht. Wie ergens bij hoort, kan vaak meer verdragen. Een mislukking voelt minder zwaar wanneer er mensen zijn die je opvangen. Een conflict wordt beter hanteerbaar wanneer er een gedeeld doel is. Veerkracht ontstaat zelden alleen. Een spiegel van onze tijd Tegelijkertijd zien we bijna wekelijks incidenten op en rond sportvelden. Afgelopen weekend was er veel aandacht voor de ongeregeldheden rondom de wedstrijd tussen IJsselmeervogels en GVVV. Helaas staat dit niet op zichzelf. Natuurlijk gaat het hier om incidenten en zeker niet om de grote meerderheid van sporters, vrijwilligers en supporters die zich wel respectvol gedragen. Maar het roept wel een interessante vraag op. Waarom lijken we steeds minder goed om te kunnen gaan met verlies, frustratie of een beslissing die ons niet bevalt? Hebben we misschien verleerd dat sport juist de plek hoort te zijn waar je dat oefent? Waar je accepteert dat je soms verliest. Waar je leert dat niet iedereen het met je eens is. Waar je ervaart dat de relatie belangrijker is dan de uitslag. Individualisering heeft een prijs De afgelopen decennia hebben we veel aandacht besteed aan individuele ontwikkeling. Ontplooi jezelf. Ontdek je talenten. Volg je dromen. Dat heeft ons veel gebracht. Maar tegelijkertijd zien we ook de keerzijde. Jongeren geven steeds vaker aan zich eenzaam te voelen. Niet omdat ze geen contacten hebben, maar omdat ze zich nergens echt onderdeel van voelen. Ze missen verbondenheid. Ze missen het gevoel van “wij”, ergens bij horen. Misschien is dat wel één van de grootste uitdagingen van deze tijd. Niet hoe we jongeren nóg zelfstandiger maken. Maar hoe we ervoor zorgen dat ze ervaren dat ze onderdeel zijn van iets groters dan zichzelf. "De uitdaging van de komende jaren: jongeren leren ergens bij te horen én tegen een stootje te kunnen."  Waar leren we dat nog? Vroeger gebeurde dat op veel plekken vanzelfsprekend: bij de voetbalclub, de muziekvereniging, scouting, het buurthuis, vrijwilligersorganisaties of lokale tradities zoals carnaval. Vandaag de dag bestaan die plekken nog steeds, maar ze concurreren met een wereld die steeds individueler wordt ingericht. Juist daarom zijn die gemeenschappen misschien wel belangrijker dan ooit. Niet alleen omdat ze eenzaamheid tegengaan. Maar omdat ze jongeren leren omgaan met verschillen, verantwoordelijkheid, samenwerking én tegenslag. De vraag voor ons allemaal Misschien moeten we het gesprek over de volgende generatie minder voeren vanuit prestaties, cijfers en individuele successen. En meer vanuit gemeenschap. Waar leren jongeren vandaag de dag samenwerken? Waar leren zij omgaan met verlies? Waar leren zij verantwoordelijkheid nemen voor elkaar? Waar ervaren zij dat ze ertoe doen? Want misschien zijn "ergens bij horen" en "leren incasseren" geen twee verschillende thema's. Misschien zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hoe zorgen we ervoor dat jongeren in een steeds individualistischer samenleving tóch de kans krijgen om onderdeel te worden van een gemeenschap waar ze leren bijdragen, verliezen, opstaan en weer doorgaan? Ik ben benieuwd hoe jullie dat zien. Welke rol kunnen scholen, verenigingen, ouders, maatschappelijke organisaties en werkgevers hierin spelen?
door Frank van der Weg • 8 mei 2026
Vrijheid is kiezen zonder angst
Meer posts