“Een goed gesprek begint niet met woorden, maar met inzicht.”

Frank van der Weg • 13 oktober 2025

“Vanuit de klas naar het gesprek” – Hoe de Werkenergieanalyse helpt om werkplezier terug te vinden


“Een goed gesprek begint niet met woorden, maar met inzicht.”


Sinds 2006 werk ik in het onderwijs. Eerst als docent lichamelijke opvoeding, later als decaan en teamleider.

Het is een wereld die ik door en door ken, maar die me nog steeds weet te verrassen. Zet iemand uit het bedrijfsleven in het onderwijs en die kijkt zijn ogen uit.


Eén van de eigenaardigheden waar ik vroeger nooit bij stilstond, is dat we soms lijken te vergeten wat onze core-business is. Zeg je tegen iemand dat je in het onderwijs werkt, dan is de eerste reactie vaak: "Oh, je staat voor de klas." Een logische gedachte, maar de realiteit is anders. De leraar van nu is veel meer dan alleen leraar. Hij of zij is ook mentor, coach, onderwijsontwikkelaar, lid van werkgroepen en gesprekspartner voor externe instanties. En als je wordt gezien als “goede docent”, dan ben je vast ook geschikt voor die extra taak.


Als die taak past bij je talenten, kan dat een positieve uitwerking hebben. Maar als je vooral wordt ingezet op wat je goed kunt, en steeds minder op wat je energie geeft, dan sluipt het werkplezier er langzaam uit. En dat gebeurt vaak ongemerkt.


Een ander fenomeen: de docenten met het beste klassenmanagement krijgen de moeilijkste klassen. Ook dat klinkt logisch. Als teamleider heb ik zelf vaak zo gedacht: “Als ik deze docent daar neerzet, dan weet ik zeker dat het rustig is.” Maar dat is korte termijn denken. Het probleem lijkt opgelost, maar er sluimert alweer een nieuw probleem.


Want vraag het aan die docent, en je hoort iets anders. Ze zien de uitdaging, zeker. Maar het kost veel energie. Ze zouden óók graag klassen willen waarin ze meer op de inhoud kunnen zitten. Die afwisseling maakt het werk juist prettig. En de hardwerkende, loyale docent zal niet snel aangeven dat hij of zij er zo over denkt. Daardoor blijft de ernst van de situatie vaak onzichtbaar.


We kennen allemaal de verhalen van collega’s die besloten ‘een deurtje verder te kijken’ omdat ze te veel op één talent werden bevraagd. Daardoor verliest een school een goede docent. En dat had voorkomen kunnen worden – als het gesprek eerder was gevoerd.

Maar wat zeg je dan?

 

De Werkenergieanalyse gaf woorden waar ze ontbraken

Voor mijn certificering als Werkenergieanalyse-coach mocht ik Marjon* begeleiden. Zij werkte op een school voor voortgezet onderwijs en zat in precies zo’n situatie. Ze voelde zich overvraagd, maar wist niet hoe ze dat moest benoemen.


Marjon vertelt:

“Toen ik merkte dat mijn energie weglekte en ik het lastig vond om dat bespreekbaar te maken, kwam ik in aanraking met de Werkenergieanalyse. Geen test, geen oordeel, maar een instrument dat helpt om inzicht te krijgen in je werkbeleving.”


Wat het haar gaf:

  • Een helder beeld van wat haar energie gaf en wat haar uitputte
  • Een neutraal startpunt voor het gesprek met haar leidinggevende
  • De mogelijkheid om haar kwaliteiten en wensen zichtbaar te maken zonder te klagen
  • Regie over haar eigen werkgeluk


“Het mooie is: het gesprek werd er niet moeilijker door, maar juist makkelijker. Mijn leidinggevende kreeg door het rapport inzicht in mijn drijfveren en uitdagingen, en ik voelde me gehoord. We konden samen kijken naar oplossingen, in plaats van langs elkaar heen praten.”

 

Voor wie is de Werkenergieanalyse waardevol?

Voor elke docent die:

  • Zich overvraagd voelt, maar het lastig vindt om dat te benoemen
  • Te weinig uitdaging ziet in zijn werk en daardoor onder presteert
  • Wil werken aan zijn werkplezier, maar niet weet waar te beginnen
  • Het gevoel heeft dat zijn talenten niet optimaal worden benut
  • Een goed gesprek wil voeren, maar niet weet hoe
  • Een onderlegger wil hebben die aantoont dat het niet slechts een gevoel is

 

Tot slot

In het onderwijs zijn we gewend om te zorgen voor anderen. Maar wie zorgt er voor jou? De Werkenergieanalyse is geen wondermiddel, maar wel een krachtige eerste stap. Een stap naar meer balans, meer werkplezier en meer regie. En vooral: een stap naar een gesprek dat ertoe doet.


“Durf jij het aan om niet alleen goed te zijn, maar ook goed voor jezelf?”



door Frank van der Weg • 14 september 2026
Wie leert jongeren nog verliezen, opstaan en doorgaan? Onlangs schreef ik een blog over het gevoel van ergens bij horen. Over wat carnaval mij onverwachts liet zien: verenigingen die functioneren als hechte gemeenschappen, waar mensen zich inzetten voor elkaar, waardering krijgen en zich verbonden voelen met iets dat groter is dan henzelf. In de kern draaide die blog om één vraag: hoe zorgen we ervoor dat jongeren ervaren dat ze ergens bij horen? Afgelopen week moest ik daaraan terugdenken toen ik een betoog hoorde van cabaretier Peter Pannekoek bij het programma “dit was het nieuws” over het belang van teamsport. Hij stelde dat we in Nederland steeds meer een "incasseringsprobleem" lijken te hebben. Dat zette me aan het denken. Want misschien gaan deze twee onderwerpen wel over precies hetzelfde. De kracht van het collectief In verenigingen, teams en gemeenschappen leren mensen iets wat je niet uit een boek haalt. Je leert dat niet alles om jou draait. Je leert samenwerken met mensen die anders zijn dan jij. Je leert dat je soms wint en soms verliest. Je leert verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag. En misschien nog wel belangrijker: je leert dat je ook na een teleurstelling onderdeel blijft van de groep. Juist daarin zit de kracht. Wie ergens bij hoort, kan vaak meer verdragen. Een mislukking voelt minder zwaar wanneer er mensen zijn die je opvangen. Een conflict wordt beter hanteerbaar wanneer er een gedeeld doel is. Veerkracht ontstaat zelden alleen. Een spiegel van onze tijd Tegelijkertijd zien we bijna wekelijks incidenten op en rond sportvelden. Afgelopen weekend was er veel aandacht voor de ongeregeldheden rondom de wedstrijd tussen IJsselmeervogels en GVVV. Helaas staat dit niet op zichzelf. Natuurlijk gaat het hier om incidenten en zeker niet om de grote meerderheid van sporters, vrijwilligers en supporters die zich wel respectvol gedragen. Maar het roept wel een interessante vraag op. Waarom lijken we steeds minder goed om te kunnen gaan met verlies, frustratie of een beslissing die ons niet bevalt? Hebben we misschien verleerd dat sport juist de plek hoort te zijn waar je dat oefent? Waar je accepteert dat je soms verliest. Waar je leert dat niet iedereen het met je eens is. Waar je ervaart dat de relatie belangrijker is dan de uitslag. Individualisering heeft een prijs De afgelopen decennia hebben we veel aandacht besteed aan individuele ontwikkeling. Ontplooi jezelf. Ontdek je talenten. Volg je dromen. Dat heeft ons veel gebracht. Maar tegelijkertijd zien we ook de keerzijde. Jongeren geven steeds vaker aan zich eenzaam te voelen. Niet omdat ze geen contacten hebben, maar omdat ze zich nergens echt onderdeel van voelen. Ze missen verbondenheid. Ze missen het gevoel van “wij”, ergens bij horen. Misschien is dat wel één van de grootste uitdagingen van deze tijd. Niet hoe we jongeren nóg zelfstandiger maken. Maar hoe we ervoor zorgen dat ze ervaren dat ze onderdeel zijn van iets groters dan zichzelf. "De uitdaging van de komende jaren: jongeren leren ergens bij te horen én tegen een stootje te kunnen."  Waar leren we dat nog? Vroeger gebeurde dat op veel plekken vanzelfsprekend: bij de voetbalclub, de muziekvereniging, scouting, het buurthuis, vrijwilligersorganisaties of lokale tradities zoals carnaval. Vandaag de dag bestaan die plekken nog steeds, maar ze concurreren met een wereld die steeds individueler wordt ingericht. Juist daarom zijn die gemeenschappen misschien wel belangrijker dan ooit. Niet alleen omdat ze eenzaamheid tegengaan. Maar omdat ze jongeren leren omgaan met verschillen, verantwoordelijkheid, samenwerking én tegenslag. De vraag voor ons allemaal Misschien moeten we het gesprek over de volgende generatie minder voeren vanuit prestaties, cijfers en individuele successen. En meer vanuit gemeenschap. Waar leren jongeren vandaag de dag samenwerken? Waar leren zij omgaan met verlies? Waar leren zij verantwoordelijkheid nemen voor elkaar? Waar ervaren zij dat ze ertoe doen? Want misschien zijn "ergens bij horen" en "leren incasseren" geen twee verschillende thema's. Misschien zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hoe zorgen we ervoor dat jongeren in een steeds individualistischer samenleving tóch de kans krijgen om onderdeel te worden van een gemeenschap waar ze leren bijdragen, verliezen, opstaan en weer doorgaan? Ik ben benieuwd hoe jullie dat zien. Welke rol kunnen scholen, verenigingen, ouders, maatschappelijke organisaties en werkgevers hierin spelen?
door Frank van der Weg • 8 mei 2026
Vrijheid is kiezen zonder angst
Meer posts